zondag 16 oktober 2011

1. Against all odds {Part one}

Omdat ik de hoofdstukken nogal groot heb, post ik op mijn blog iedere keer een deel van het hoofdstuk. Check de titel om te zien in welk hoofdstuk je zit. 
__________________________________________________________________________________



Met barstende hoofdpijn zit ik aan de ontbijttafel. Voor me zijn croissants, kaiserbroodjes en andere lekkernijen uitgestald, maar ik hang al boven het toilet als ik denk aan hoe ik dat naar binnen moet zien te krijgen. Nee, vandaag is niet mijn dag.
Mijn broertjes, Jeffrey en Jonas, een identieke tweeling, zitten enthousiast te praten over wiskundige formules. Je zou kunnen zeggen dat ze een soort mini-einsteins zijn. Ik ben vervreemd van mijn eigen familie. Mijn moeder, Lola, is een enthousiaste lerares aan de middelbare school in Reserve en helaas mijn lerares Spaans. James komt de keuken binnen. Hij is een kunstenaar, zoals hij het zelf graag noemt, maar in mijn ogen is hij gewoon een striptekenaar voor verschillende Amerikaanse kranten en tijdschriften. Hij gaat op de enige lege stoel zitten, tegenover Lola. Ik zucht diep, starend naar de kom yoghurt die voor mijn neus staat. Zal ik of zal ik niet? Ik weet dat als ik nu niks binnenkrijg, dat ik de eerste uren op school niet overleef en het eerste uur is ook nog eens Spaans.
Één van je ouders als leraar op je eigen school hebben, heeft wel zijn voordelen. Ik kan elke ochtend meerijden, ook al komt het wel eens voor dat zij het eerste uur moeten beginnen, terwijl ik dan vrij ben. Dan loop ik meestal naar school, het is toch niet zo ver.
James bladert door de krant, mompelend dat de wereld steeds verder achteruit gaat. “Kijk, ik sta in de krant!” roept hij enthousiast, nadat hij de bladzijde heeft omgeslagen. Lola knikt ongeïnteresseerd, Jeffrey en Jonas horen het niet eens, dus moet ik de taak maar op me nemen om geïnteresseerd naar de strip te kijken en doen alsof ik het begrijp.
“Tof pap! Ik ben trots op je!” moedig ik hem aan. Zijn strips zijn altijd komisch en ik zit vaak in zijn tekenkamer te praten over dingen die op school zijn gebeurd. Die verhalen gebruikt hij dan weer voor zijn strips.
“Bedankt meid, er is tenminste nog één iemand geïnteresseerd in mijn kunstwerkjes” hij glimlacht bescheiden en gaat dan verder met het lezen van de krant.
“Zeg, Valerie, hoe gaat het met je dramalessen? Ik heb al een poosje niks gehoord van de lerares” Lola kijkt me aan, haar nieuwsgierige ogen bestuderen me.
“Wel goed, we zijn bezig met improvisatie” Ik schuif een lepel yoghurt naar binnen om verder niks te hoeven zeggen.
“Oké. Ga je dit jaar ook auditie doen voor de musical?” Ik knik instemmend en laat een zucht ontsnappen. Op de één of andere manier is ze erop gebrand om mij op dat podium te zien stralen. Ik ben er niet zo’n voorstander van, gezien mijn plankenkoorts, maar acteren is wel mijn passie, naast tekenen, schrijven en dansen. Het enige nadeel van een musical is dat men verwacht dat je kunt zingen en dát kan ik nou net niet.
“Ik denk het wel, als ik een beetje opschiet met zangles” Ik zet de lege kom op het aanrecht en loop richting de hal. “Ik ga me even omkleden” ik ren de trappen op, naar mijn zolderkamer.

Sofia staat met een dode blik in haar ogen op me te wachten bij de poort van het schoolterrein.
“Ook al een zware nacht gehad?” Ze knikt, een antwoord dat inmiddels standaard is na nachten als deze.
Sofia prutst haar lange, blonde haren in een vlecht en samen lopen we richting de ingang.
“Weet je, ik vraag me af of wij de enigen zijn in dit land met zulke nachten” Ze heeft haar iPhone in haar handen en probeert een app te openen. “Ik heb echt het idee dat de hele wereld zich tegen mij heeft gekeerd” gaat ze dramatisch verder.
“Ach, het komt wel goed meid! We zijn echt niet de enigen op deze aardbol die hier last van hebben”
“Dat weet je toch niet zeker!” Gefrustreerd zwaait ze met haar armen. “Ik bedoel maar, er zijn zeven miljard mensen op deze godvergeten planeet, die kennen we toch zeker niet allemaal” Ik grinnik stilletjes om haar dramatische uitbarsting. “Trouwens, heb je nog iets gehoord van Hayden?” vraagt ze met een wenkbrauwwiebel. Typisch Sofia, ze springt van de hak op de tak en verandert sneller van onderwerp dan haar iPhone internet kan opstarten.
“Nee, hoezo?” vraag ik, niet-begrijpend hoe ik iets van Hayden had moeten horen.
“Oh, hij vroeg me om jou nummer, iets over drama of Engels ofzo”
“Dude, je hebt hem mijn nummer gegeven??” Met geweld open ik mijn kluisje, dat zich halverwege de hal bij de ingang bevindt. Een geel briefje dwarrelt naar beneden.
“Oee, je hebt post” lacht Sofia.
“Haha” mopper ik. “Vast weer zo’n gozer die denkt dat ie grappig is” Ik ga door mijn knieën en pak het briefje op. De binnenkant is beschreven in een sierlijk handschrift, één die mij niet bekend voorkomt.

Dear Valerie,
Only once in your life, you’ll meet the person that can save you.
Only once in your life, you become a person that needs to be saved.
Meet me at the edge of the forest behind school,
Saturday, 8.30 pm.
But only if you want to be saved.

dinsdag 11 oktober 2011

Proloog

Middernacht. Een eindeloze stroom aan regen. Een eindeloze stroom aan gedachtes. De ergernissen van een slapeloze nacht. Voor mij de normaalste zaak van de wereld. De stemmen in mijn hoofd zijn tijdens nachten als deze niet stil te krijgen. De fluisteringen, de rillingen en de gezichten die voor mijn ogen dansen. Vanaf het moment dat mijn herinneringen beginnen, heb ik ze al. Ze zijn voor mij realiteit, ik zou niet zonder ze kunnen. Ze zijn mijn vrienden, mijn vijanden en mijn familie. Ik ben anders.
Anders dan de rest van mijn leeftijdsgenoten. Altijd al geweest, dat hoeft niet niemand mij nog te vertellen. Ik staar naar het plafond, waar ik een zee aan glow-in-the-darksterren op heb geplakt. Het gebeurt niet vaak, die stormachtige nachten.
New Mexico is nou niet bepaald een plaats voor stormen, vaak is het hier droog en warm, slechts een paar keer per maand regent het, vaak voor een paar uurtjes en dan is het weer droog. Je zou kunnen zeggen dat ik in een dorp woon dat omringd is door een zandbak, ook niet altijd een lolletje.
De meeste mensen praten hier Engels en New Mexican Spanish, een geinig dialect dat eeuwen geleden is ontstaan. Ik spreek het niet, maar dat maakt niet zoveel uit. Spaans is hier wel de meest belangrijke tweede taal op school, vooral omdat veel leerlingen uit Mexico komen of Spaanse voorouders hebben. Wij zijn één van de weinige families in Reserve die een Engelse achternaam hebben; Jones. Ik heb vast wel Spaanse voorouders, maar dat komt dan uit een heel ver verleden.
Ik draai me nog eens om en dommel eindelijk weg, maar goed slapen doe ik niet. 

“Kom, Valerie, kom!” een bekende stem roept me, de persoon staat nog geen tien meter bij mij vandaan. Ik herken hem, hij is nieuw in Reserve, komt uit Europa ofzo. Ik zit naast hem met Engels, het gevolg van een iets te gezellige conversatie met Sofia, mijn soulmate op school, de enige die mij begrijpt. De enige van mijn soort, letterlijk. Ik twijfel. Kan ik hem vertrouwen? Is hij überhaupt wel wie hij zegt te zijn? Hij zegt altijd maar, dat hij is zoals ik. Één van mijn soort. Maar wat is mijn soort dan? Ik ben toch zeker een mens, net als ieder ander. Ik val wat buiten de boot, maar ik ben niet een apart soort, voor zover ik kan zien dan. Ik besluit hem te volgen. Het kan waarschijnlijk geen kwaad en anders is het mijn eigen domme fout.
“Waar gaan we heen?” roep ik terug. De wind wakkert aan en maakt een normaal gesprek onmogelijk. Hij lacht.
“Dat zie je nog wel” roept hij weer terug. Ik volg hem. Zijn korte, zwarte haren zijn onbewegelijk in de heftige wind, in tegenstelling tot de mijne, die alle kanten op gaan. ‘Coupe du vent’ zoals James, mijn vader, het altijd zegt. We stoppen voor een kruispunt. De weg splitst zich hier in tweeën. Gaan we rechts of links? Vraag ik in mijn hoofd af. Ik ken deze omgeving niet, maar ik kan zo zien dat het niet in de buurt van Reserve ligt. Dat is één ding wat zeker is. De lucht is daar veel te vochtig voor. “Kies maar” zegt hij. Hij draait zijn gezicht naar me toe, zijn ijskoude blauwe ogen doorboren de mijne. Alsof ze achter de muur kijken die ik heb opgetrokken in de tijd dat we naar het kruispunt liepen.
“Rechts” zeg ik bijna meteen.
“Je bent erg zeker van je zaak” Ik knik. Ik ga altijd voor rechts. Er is 50% kans dat ik het goed heb en hetzelfde geld voor links. Dus het maakt eigenlijk niet uit welke kant ik kies, de kans blijft hetzelfde. “Je bent een gevaar voor jezelf, Valerie” zegt hij en slaat rechtsaf. Ik blijf hem volgen, ook al lopen de rillingen inmiddels over mijn lijf. Wat bedoeld hij daarmee. Een griezelige mist klampt zich vast aan mijn voeten en ik realiseer me dat ik een vreselijke fout heb gemaakt. Ik had nooit mee moeten gaan.

Een korte introductie

Voor ik begin met het doel van deze blog uitleggen, stel ik eerst even mezelf voor. Mijn naam is Jelena en ik ben een middelbare scholiere in VWO 5.
Al een aantal jaren schrijf ik voor mezelf verhalen, waarvan sommige op www.quizlet.nl hebben gestaan.

Niet al te lang geleden besloot ik dat het tijd werd om een blog te maken en om daar een verhaal op te schrijven.
Elke week schrijf ik een deel, die ik op deze blog zal posten. De hoeveelheid per week hangt af van de drukte op school en het aantal uren dat ik moet werken.

Vanavond zal ik een proloog online zetten en deze blog verder uitwerken.

Stay tuned ;)

xoxo
Jelena